Zo moet het …..

Je hebt om een of andere reden een videocamera gekocht en je wilt er ook serieus mee gaan werken. Goede films maken. Hoe moet dat? Nou dat ga je dan maar leren op een cursus of zo. Al snel zal blijken dat ‘hoe het moet’ niet zomaar in een paar regels is te vatten. Er zijn natuurlijk veel zaken die gewoon ‘zo moeten’ maar voor veel andere dingen gelden geen specifieke regels. Het is ook niet zo goed mogelijk om ergens aan de weet te komen hoe het niet moet. Er zijn veel smaakafhankelijke dingen die de één wel en de ander niet aan zal spreken. Het is dus wel praktisch om vast te stellen welke dingen (als ze uit voortvloeien onkunde) beter niet kunnen voorkomen in een videofilm.

Een veelgehoord probleem is dat het zo moeilijk is ruw materiaal in te korten tot een film met een lengte die precies goed is. Dan is natuurlijk meteeen de vraag wat is dan goed? Nou, je wilt natuurlijk je film laten zien aan publiek en dat publiek moet voor de duur van de film niet de kans krijgen met de gedachten af te dwalen. Ze moeten blijven kijken. Uit bleefdheid zullen goeie vrienden dat ook wel doen maar het moeten wel heel goeie vrienden zijn als ze dat tegen elke prijs volhouden. En je wilt deze vrienden tenslotte ook nog wel een tijdje houden.


De lengte van een video-film

Houdt dus altijd in je achterhoofd dat je het publiek te vriend moet houden. Dat kun je doen door niet aan te komen met beeld en geluid waar iets aan mankeert. Het ergste is natuurlijk geen beeld en/of geen geluid. Dit is extreem maar wel duidelijk iets wat je normaal gesproken iemand niet aan kunt doen en zeker niet voor langere tijd.

Een aardige regel is dat een opname een bedoeling duidelijk moet maken en niet langer of korter mag duren dan de tijd die nodig is om de kijker te laten zien wat je wilt laten zien. Een panorama met veel details mag nijvoorbeeld langer duren dan een panorama met weinig details. Dat principe geldt ook voor de hele film.


De kwaliteit van de beelden

Net zo erg als geen beeld zijn opnamen die niet scherp, te donker, te licht zijn, verkeerde kleuren hebben of verwarrend zijn. Veel verwarring kan later in de montage ontstaan door camerastandpunten te gebruiken die een scène niet consequent vanuit bepaalde standpunten laten zien. Door standpunten te kiezen waarbij een denkbeeldige lijn niet mag worden overschreden blijven kenmerken herkenbaar voor de kijker (zie Video ABC: optische as).

Er zijn trouwens nog veel meer regels voor beeldcompositie die kunnen worden overtreden. Als je dit soort fouten in het eindresultaat laat zitten kun je het je publiek behoorlijk ongemakkelijk maken. Waar het op neer komt is dat je dan iemand dwingt om op een onnatuurlijke manier ergens naar te kijken. En dat is lang niet altijd prettig.


De kwaliteit van het geluid

Geluid dat te zacht is, vervormd is of gestoord wordt door wind en andere narigheid is niet prettig om naar te luisteren. Ook hier geldt dat geluid verwarrend kan zijn. Zorg dat het geluid past bij de beelden. Zelfs als je daarvoor het werkelijke geluid van de opname moet vervangen. Opnamen zijn ook niet geschikt als ze te lang zijn of juist onvoldoende lengte hebben, niet stabiel zijn of een combinatie hiervan.


Algemeen

Als je nou begint met het beoordelen van gemaakte opnamen alsof ze door iemand anders zijn gemaakt en je hanteert het rode potlood als er ook maar iets aan mankeert of onduidelijk is, houd je materiaal over dat in ieder geval technisch bruikbaar is. Het beste moment om je opnames te beoordelen is direct nadat je ze gemaakt hebt. Dan kun je ze eventueel nog een keer maken en verbeteren. Je hebt er echt niet veel aan als je bij thuiskomst ontdekt dat je niet hebt wat je dacht te hebben. Stel het geval dat je geen opnamen maakt waar iets mis mee is. Alle materiaal dat je maakt is technisch dik in orde. Monteren wordt dan een makkie want je hebt alleen maar technisch bruikbaar materiaal om mee te werken.

Je moet nu uit het ‘goedgekeurde’ materiaal alleen nog een goede selectie maken. Een ernstige fout die je nu nog kunt maken is opnamen te gebruiken die technisch aan alle eisen voldoen maar niets betekenen, met andere woorden ze voegen niets toe of hebben zelfs op geen enkele manier iets met de rest van de film te maken.

De montage

Bij monteren is het net alsof je chauffeur bent van een touringcar, taxichauffeur of koetsier. Het doet er eigenlijk niet zoveel toe welk vervoermiddel je gebruikt. Uiteindelijk gaat het om de rit die je de passagiers aanbiedt. We gaan er even van uit dat het niet om een rit gaat waarbij je zo snel mogelijk op de bestemming moet zijn maar een leuke, spannende of leerzame rit.

Wat je moet weten als je zo’n rit aanbiedt zul je minimaal het voertuig moeten kunnen bedienen en besturen. Dat geldt ook voor een montage- programma, de Casablanca of voor de enkeling die nog met een montagerecorder werkt (de koetsier). Gelukkig is er een gebruiksaanwijzing waarin precies vermeld staat hoe de verschillende onderdelen werken. Als je eenmaal weet wat je wilt maken kun je (voor zover het geen extreme technische hoogstandjes betreft) er altijd wel achterkomen hoe je het met de apparatuur die jij gebruikt voor elkaar kunt krijgen.

In de gebruiksaanwijzing staat natuurlijk niets over welke beelden je moet gebruiken en op welke manier je die moet monteren. Ook bij het maken van een echte tocht zul je zelf moeten bedenken waar je naartoe gaat en hoe je daar komt. Onder weg zijn er natuurlijk de verkeersregels waaraan je je moet houden. Het monteren kent ook een paar verkeersregels.

Hier volgen een paar van de belangrijkste regels. Zo begin je een montage altijd met een aanloopstrook om een rustig begin aan je film te kunnen maken. Onderweg moet je zorgen dat de beelden in een verklaarbare volgorde te zien zijn en dat de gebruikte beelden wisselend van compositie moeten zijn. Er mogen nooit twee opnamen op elkaar volgen met ongeveer dezelfde beeldinhoud. Ook niet als de scène onder een andere hoek is opgenomen, hierdoor krijg je onaangename effecten. Aan het begin en einde van een scène met beweging moet het beeld even stabiel zijn.

De afwerking van de montage

De montage kun je nog uitbreiden met achtergrondmuziek, titels en commentaar (voice over). Ook voor achtergrondmuziek geldt dat deze niet mag storen, liefst iets moet toevoegen maar vooral niet associaties mag oproepen die niets met de film te maken hebben. Een film over snelle motoren kun je niet zo goed combineren met een walsje gespeeld door een accordeonduo. En zo zijn er nog veel meer combinaties te verzinnen die elkaar op z’n zachtst gezegd niet versterken. Dus altijd eerst even nagaan of de gekozen achtergrondmuziek een dergelijk effect teweeg brengt. En zoals zo vaak is ook hier de regel: bij twijfel niet gebruiken!

Titels moeten eigenlijk in de eerste plaats goed leesbaar zijn. Programma’s bieden vaak allerlei fantasieletters en nog meer kleuren. Wat jammer is dat door het gebruik van bepaalde lettertypes en kleuren de leesbaarheid vaak wordt aangetast. Het is heel jammer maar de beste titels zijn goed herkenbare contrastrijke letters op een rustige achtergrond.

Nu nog het commentaar. De commentaarstem moet vooral goed verstaanbaar zijn. Ook moet het commentaar echt nodig zijn. Daar waar commentaar overbodige of niet ter zake doende mededelingen bevat stoort het eerder dan dat het iets toevoegt.

Tot slot

Al de genoemde fouten in tijdsduur, beeld en geluid kunnen, mits ze met een duidelijke bedoeling in de video-film zijn opgenomen, juist prima middelen zijn om de aandacht gevangen te houden. Op dit gebied gaat de smaak natuurlijk ook weer een rol spelen.

Er is geen eenduidige gebruiksaanwijzing te krijgen die beschrijft waar je film over moet gaan en hoe je dat duidelijk moet maken. Dat is de parallel met een busrit naar een bepaalde bestemming. Er is ook niemand die je even kan leren hoe je volgens bepaalde regels gewoon goed moet kijken. Jij maakt zelf uit wat er interessant is en hoe dat aan anderen moet overbrengen. Zolang er geen storende technische fouten in je film zitten heb je al voor een belangrijk deel de basis gelegd voor een goed eindresultaat.

Al deze onderwerpen zijn al eens besproken en zijn te vinden op onze web site in ‘Videoclub Magazine’. In Video ABC kun je een verklaring vinden van de meeste gebruikte termen. En nu iets gevaarlijks. Als er iets niet duidelijk is in dit verhaal kun je best aan iemand vragen of het hem of haar wel duidelijk is. Als niemand je kan helpen kun je altijd de vraag aan de redactie of het bestuuur stellen. Dan kunnen zij extern verder zoeken. Het is natuurlijk prima als je zelf op zoek gaat. Laat de resultaten dan ook even aan de anderen weten. Zo kunnen we met z’n allen weer een stukje wijzer worden.


[ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ]

[ blocqx11 ]