Digitale fotocamera’s 

Digitale fotografie biedt tal van voordelen. Het maken van de opname gaat makkelijk en snel. Je kunt de opname direct op het display van de camera bekijken. Het invoeren van de opnames in de PC is een kwestie van seconden. Daarna kun je de opnames bewerken, opslaan, printen, mailen of op je homepage plaatsen. Kosten voor films en ontwikkelen behoren tot het verleden. Dat zijn belangrijke voordelen, niet alleen voor de
privé-gebruiker, ook voor de professionele gebruikers zoals makelaars in onroerend goed, experts en taxateurs, politie, verzekeringsinspecteurs, reclamebureaus en bedrijfsadviseurs. De digitale fotografie is vooral de laatste tijd aan een flinke opmars
bezig en het marktaandeel ten opzichte van analoge fotografie neemt alleen maar toe. 
Een verdere verbetering van de CCD-chip en betere produktiemethoden hebben gezorgd dat deze betaalbaar zijn geworden en de concurrentie aankunnen met de conventionele camera’s. 


Verschil met een conventionele camera. 

De verschillen met een conventionele camera's bevinden zich vooral binnenin de camera. Het licht valt via objectief, diafragma en sluiter niet op een lichtgevoelige film, maar op een sensor (CCD-chip) die het licht ontbindt in de primaire kleuren rood, groen en blauw. Deze kleuren worden gedigitaliseerd waardoor enorm veel beeldpunten uit bits en bytes ontstaan, die opgeslagen of verwerkt worden, naar de PC getransfereerd of opnieuw gewist kunnen worden. Het principe is dus eigenlijk heel eenvoudig: licht wordt omgezet in stroom en stroom in bits en bytes. 


Er zijn twee elementen die de beeldkwaliteit bepalen: 

1. Het objectief: Hoe beter het objectief, hoe beter de kwaliteit van het beeld. 
2. De CCD Chip: 


Het objectief 

Er zijn digitale camera's met vaste zoomobjectieven en met automatische of handmatige instelling. De objectieven voldoen, afhankelijk van de camera, aan de eisen van ambitieuze hobbyfotografen en van professionals wat betreft brandpuntsafstand, diafragma, belichting, belichtingscontrole en scherptediepte. 

Formaat 

Het gebruikelijke formaat bij conventionele kleinbeeldcamera’s is 24 x 36 mm. 
De matrix van een digitale camera is ± 12 mm en daarom moet de brandpuntsafstand worden verlengd. Bij de digitale camera is de verhouding van 4:3 toegepast, omdat dat
overeenkomt met de verhouding van een beeldscherm of tv. 


De CCD Chip 
De ontwikkeling van de CCD heeft het mogelijk gemaakt om nu ook foto- en videocamera’s op de markt te brengen.Voor deze camera’s werkt men niet met een lineaire array CCD, maar met een matrix CCD. Bij dit type CCD wordt het beeld niet lijn voor lijn afgetast, maar in één keer digitaal vastgelegd, zoals op een lichtgevoelige film. 

Doordat de CCD niet langs het beeld hoeft te bewegen ontstaat een
rustig beeld. Het verschil met de conventionele fotografie is niet zo groot, want het
enige verschil is dat op de plaats van de film een matrix-CCD is geplaatst. 
Optische kwaliteit en formaat zijn hier dus even belangrijk. 


RGB vertaling 

Digitale camera’s werken volgens het principe van additieve kleurmenging (RGB). 
Het CCD bestaat uit lichtgevoelige piepkleine cellen, de zogenaamde fotochips. 
Hoewel een CCD slechts 12 mm klein is, bevat het tussen 1,09 miljoen,

3,3 miljoen of meer fotochips. 
Deze vangen het invallende licht op en geven het als elektrische lading door waarbij ze de doorlaatbaarheid van de stroom nauwkeurig sturen: hoe meer licht op de chip valt, des te meer stroom er vloeit. Omdat ze eigenlijk alleen verschillen in lichtsterkte herkennen, is elk van deze piepkleine elementen met een mozaïekachtig patroon van
RGB-kleurfilters opgedampt waardoor de drie primaire kleuren rood-groen-blauw [RGB} exact bepaald worden. Software in de camera zorgt vervolgens dat dit omgerekend wordt en weer vertaald naar een compleet kleurenbeeld. 



De analoge signalen, die door de fotochips gegenereerd worden, worden in de analoog-digitaal-omzetter in digitale waarden omgezet. De pixels waaruit het beeld samengesteld is, zijn nu in bits en bytes beschikbaar. Elke aparte fotochip van het CCD genereert dus een pixel. Hoe meer fotochips er zich op een CCD bevinden, des te meer pixels er worden gegenereerd en hoe meer beeldpunten er voor de afbeelding
beschikbaar zijn, des te beter de kwaliteit. En dat wordt vooral bij grotere formaten zichtbaar. Er worden meerdere principes toegepast om de digitale informatie op te
slaan op de CCD. Hieronder staan de twee belangrijkste van dit moment. 


De ‘one shot’ toepassing 

De ‘one-shot’-technologie is het meest geschikt voor bewegende delen. Om het opnemen van RGB-kleuren heeft men de pixels op de chip van RGB-filters voorzien. Hierdoor worden de basiskleuren onmiddellijk vastgelegd op de chip zelf. Nadeel van deze methode is dat de detaillering en kleur niet zo goed zijn, omdat 3 of 4 pixels zorgen voor de totale informatie van één beeldpunt. 


De ‘three shot’ toepassing 


Bij deze toepassing splitst een prisma de kleur informatie van het invallende licht en belicht deze op drie aparte chips. Hierdoor is de detail- en kleurinformatie beter. Nadeel is wel dat deze techniek ingewikkelder is en daardoor ook storingsgevoeliger. 


De compressie 

Om geheugenruimte te besparen of de tijd van het downloaden te
beperken, wordt het beeld voor het opslaan gecomprimeerd om de
gegevensmassa te reduceren. 
Dat gebeurt via een JPEG-compressieprocedure. Met een
standaardgeheugen van 16 Mb kunt je tot ±155 beelden opslaan,
afhankelijk van de gewenste compressie. Compressie gaat echter altijd
ook met kwaliteitsverlies gepaard. De beste kwaliteit krijg je natuurlijk
met een ongecomprimeerd beeld in het TIFF-formaat. Dit kost echter
veel geheugen. 


[ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ]

[ blocqx11 ]