[ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ]

Restaureren van oude montages (1)

Het zal lang niet voor iedereen gelden maar als je montages hebt die ooit gemaakt zijn met behulp van een videorecorder is de kans groot dat de gekoesterde juweeltjes wat tegenvallen als je ze na een hele poos weer eens terugziet. Is het niet de technische kwaliteit van de montage dan is het wel de artistieke inhoud die, nu je er wat afstand van hebt genomen, behoorlijk tegen kan vallen. Videorestauratie kan een oplossing zijn.

Technische kwaliteit

In de tijd van de videobanden was je verplicht een kopie te maken van de montage als je deze wilde verspreiden. Dat betekende ook dat de kwaliteit van de beelden ten opzichte van het origineel door het maken van deze kopie ook weer in kwaliteit achteruit ging. Doordat bij het monteren ook al kopieerverliezen optraden kon deze laatste kopie ervoor zorgen dat het kwaliteitsverschil tussen de opnamen en de gekopieerde montage dramatische vormen aannam.

Tegenwoordig kan zo’n oude analoge montage worden gedigitaliseerd en zo min of meer verliesloos op DVD gekopieerd. Er zijn natuurlijk heel wat punten die verbeterd kunnen worden maar het begint eigenlijk al met het 'capturen' van de video. Er zijn capture-kaarten die zich in de war laten brengen door slechte lassen. Deze blijken dan storing in het geluid te veroorzaken doordat de las een hapering in het digitaliseringsproces teweeg brengt. Tijdens het capturen is dit verschijnsel niet hoorbaar. Deze storingen zijn achteraf ook nauwelijks op te lossen. Of het moet zo zijn dat er geen geluid aanwezig is op de plaats van een las. Om deze storingen te voorkomen is het nodig het videosignaal te stabiliseren voordat het door de capture-kaart wordt omgezet naar een computerbestand.

Hiervoor is een montage paneel met sync-ingang de uitkomst. Het videosignaal kan door dit soort panelen worden gesynchroniseerd met een stabiel camerasignaal (aangesloten op het kanaal waarop wordt gesynchroniseerd). Geschikte panelen zijn in staat beelden van verschillende bronnen te mengen. Voorbeelden zijn de videomixers van Panasonic en Videonics.

   

Als je niet over zo’n paneel beschikt kun je bij het capturen het geluid ook gescheiden opnemen met een andere computer of met je camera en dit later als geluidsspoor aan de gedigitaliseerde montage toevoegen. Om dit geluidsspoor naderhand synchroon te kunnen toevoegen is het nodig dat je het geluid ook via de capturekaart vastlegt.


Lassen verbeteren

Zoals in het voorgaande is besproken geven slordige lassen de meeste problemen. Lassen die gemaakt zijn met videorecorders zijn -afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte apparatuur-  meestal slecht of heel slecht. Dit betekent dat bij het beeld voor beeld inspecteren van de las blijkt dat in de beeldjes rond de las vaak geen of weinig kleur aanwezig is en ook zijn de beeldjes vaak vervormd. Dit uit dit zich in hinderlijke flitsen op de plek van een las.

laatste goede frame
vorige scène

slechte las

eerste goede frame 
volgende scène

Met de meeste montageprogramma’s is het mogelijk de las en de eventueel verstoorde beelden voor en na de las te verwijderen. Dit kan niet ongestraft gebeuren want daarmee wordt ook minimaal een vijf en twintigste seconde geluid verwijderd. Dit is meestal toch goed hoorbaar en de las kan zo slecht zijn dat er meer beeldjes moeten worden verwijderd waardoor de ‘hik’ in het geluid nog beter hoorbaar wordt. Daarom moet het beeld losgekoppeld worden van het geluid. Als je geluk hebt is er op de plaats van de las geen geluid. Dan is het scheiden van het beeld- en geluidsspoor natuurlijk niet nodig.

Na het verwijderen van de slechte beeldjes zal, als er verder niets aan wordt gedaan, op deze plek even geen beeld zijn. Dit is net zo storend als de slechte las dus daar moet iets aan gebeuren. Het beste is om het laatste goede frame voor de las en / of het eerste goede frame na de las als plaatje op te slaan en te kopiëren in de ruimte die is ontstaan door het verwijderen van beeldjes. Door de hele montage op slechte lassen te controleren en waar nodig te restaureren is de video al een stuk verbeterd.
 
 
Beeld- en geluidsverbetering

Elk montageprogramma beschikt over gereedschappan om het beeld te verbeteren. Welke gereedschappen moeten worden gebruikt is afhankelijk van de montage. Omdat bij het kopiëren van banden verhoudingsgewijs de kleurverzadiging toeneemt, is het terugbrengen van de ‘saturatie’ altijd wel nuttig. Daarnaast kan ook de helderheid of het contrast worden aangepast. Voorzichtigheid met het corrigeren is wel geboden. Bij twijfel, niet doen.

Voor het geluid staat ook een aantal gereedschappen ter beschikking.
Gebruik een vorm van volumeregeling als geluiden te hard of storend zijn of juist te zacht. Soms is het alleen nodig een bepaalde frequenties te beïnvloeden. Als het geluid hinderlijke frequenties bevat, bijvoorbeeld stommelen, zware bassen, wind of geruis zijn deze met de equalizer selectief te onderdrukken. Om bijvoorbeeld de verstaanbaarheid van een stem te verbeteren kun je ook een vorm van compressie inzetten. Ook hiervoor geldt: alleen toepassen als het echt helpt.


Artistieke verbeteringen

Wat vooral opvalt aan gedateerd materiaal is de snelheid. Kennelijk lag het tempo vroeger een stuk lager dan nu en mocht alles ook wat langer duren. De lengte van de montage kan bij het weerzien als storend wordt ervaren. Het is dan het beste overbodige beelden gewoon re verwijderen of in te korten. Zeker als beelden technisch niet helemaal in orde zijn, niet onmisbaar zijn of niets toevoegen mogen deze best uit de montage verwijderd worden. Als dit ook weer problemen met het geluid oplevert zullen misschien beelden moeten worden vervangen door andere beelden uit de montage. Ook het geluid kan worden vervangen als het moet.

oorspronklijk kader

aangepast kader

Soms blijkt dat er in de beeldcompositie te weinig rekening is gehouden met regels die ondertussen bekend zijn maar tijdens het opnemen niet werden nageleefd. Deze ‘compositiefouten’ hebben meestal te maken met de positie van bepaalde zaken in het kader. Bijoorbeeld te veel of te weinig hoofd- of zichtruimte. Ook hier is, zij het in beperkte mate, nog wel wat te verbeteren. Door het beeld iets te vergroten ontstaat de mogelijkheid de inhoud van dit beeld anders in het kader te plaatsen. Als iemand bijvoorbeeld hinderlijk te laag in beeld is kun je het vergrote beeld wat hoger op de juiste plaats in het kader plaatsen. Ook kunnen beelden die ‘scheef’ zijn rechtgezet worden. Als het vergroten van het beeld te nadelige invloed heeft op de kwaliteit van het beeld wil het ook wel eens helpen het kader aan te passen. Door boven en onder in beeld een zwarte balk te plaatsen creëer je ruimte in verticale richting. Bovendien lijkt deze ‘breedbeeldlook’ ook nog een extra verbetering te geven. Op één of andere manier ervaart men dit als een ‘echt film’.

De ultieme verbetering is natuurlijk een nieuwe montage maken op basis van de bestaande waarin alle minder geslaagde onderdelen zijn verbeterd.

Als dan ook nog het originele beeldmateriaal voor handen is kan het resultaat verrassend goed zijn. Vooropgesteld dat restauratie niet echt onmogelijk is omdat de beelden absoluut onbruikbaar zijn, kan het zelfs een leuk werkje zijn om oude montages nieuw leven in te blazen.

Wim  (Restaureren van oude montages (1))

   
[ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ]

[ blocqx11 ]