Meercamerawerk volgens de ‘nieuwe methode’

Er is al hier en daar wat bekend gemaakt over de ‘nieuwe methode’ bij meercamerawerk Dit ging voornamelijk over de technische kant van de zaak.

Het komt er in het kort op neer dat we digitale camera’s hebben en dat de uiteindelijke kwaliteit niet is wat het zou kunnen zijn. Je hebt wel digitale kwaliteit in het eindproduct als je een montage gaat maken van de in de camera’s opgenomen bandjes. Alle factoren die het beeld negatief kunnen beïnvloeden sluit je dan uit. Dit zou zondermeer een verbetering kunnen zijn en op zich is het eigenlijk ook al uitvoerbaar.

Het systeem is gebaseerd op het feit dat videocamera’s met een zeer grote nauwkeurigheid 25 beeldjes (50 halve beeldjes) per seconde opnemen.

Daardoor zal in een bepaalde tijd door elke willekeurige camera exact hetzelfde aantal beeldjes van een gebeurtenis worden vastgelegd

Als je deze opnamen gelijktijdig afspeelt kun je de hele gebeurtenis volgen uit de standpunten van de verschillende camera’s. Je kunt van de ene naar de andere opname overschakelen waarbij de voortgang van de gebeurtenis niet wordt verstoord. In de tijd gebeurt in elke opname hetzelfde. Ook het geluid dat aan de beeldjes is gekoppeld duurt altijd 1/25e (1/50e) seconde per beeldje

Om digitale kwaliteit te bereiken met de huidige apparatuur is het dus nog nodig achteraf te monteren en dat kan een zeer tijdrovende klus zijn. Niet alleen omdat het op zich al veel tijd kost de handelingen te verrichten die nodig zijn om een montage te maken maar ook omdat er meer mogelijkheden zijn om achteraf dingen te verbeteren en te veranderen.

Als de methode ‘real time’ kan worden toegepast vervalt dit bezwaar. Dan zou je de bandjes evengoed nog mee kunnen laten lopen maar dan alleen gebruiken om fouten te verbeteren. Hiermee heb je een enorme tijdwinst zonder de kwaliteit te beïnvloeden.


Historie

In de kop staat nieuwe methode tussen aanhalingstekens. De reden hiervoor is dat de methode niet echt nieuw is. In 1986 is deze methode al met succes toegpast door de voorloper van de videoclub (stichting HOORN en de REGIO).

Twintig jaar geleden was het aantal beeldjes per seconde ook al zeer nauwkeurig en liepen de camera’s wat betreft het aantal beeldjes per seconde ook al synchroon. Er konden tijdens het monteren dan ook inserts worden gemaakt die exact synchroon liepen met de basis opname. Vooral bij muziekmontages is dit van belang want de muziek loopt door en als er gebruik wordt gemaakt van inserts uit verschillende opnamen is het wel zo plezierig als deze ook synchroon lopen met elkaar. Nadeel van deze methode was dat voor elke insert afzonderlijk eerst op gehoor een synchroon begin- en eindpunt moest worden bepaald alvorens deze kon worden gemaakt. Kortom het was een langdurig proces.

Tegenwoordig hebben we het een stuk gemakkelijker. Als je over een montageprogramma beschikt met de mogelijkheid meer sporen te bewerken is het per spoor nog maar één keer nodig om op gehoor hetgeluidspoor synchroon te leggen met de overige geluidssporen.


Praktische uitvoering

Het grootste probleem of bezwaar van meercamerawerk zoals dat tot nu toe wordt uitgevoerd is vooral de hoeveelheid extra werk in de vorm van vervoer van apparatuur en het installeren hiervan. Dit komt ook voor een groot deel doordat deze clubactiviteit ook specifieke kennis van de apparatuur vereist en die is niet altijd in voldoende mate aanwezig.

Als er geregisseerd wordt opgenomen heeft één persoon het overzicht. Hij kan vragen naar bepaalde beelduitsneden en de aangeboden beelden vervolgens in een bepaalde volgorde laten zien terwijl het geheel wordt opgenomen. Als er niet al te grote fouten worden gemaakt kan in principe het eindresultaat, eventueel aangevuld met wat titels op DVD worden gebrand. Er hoeft niet of nauwelijks achteraf gemonteerd te worden.

In theorie zou het mogelijk zijn om met de ‘nieuwe methode’ (bandjes achteraf monteren) ook zonder regie te werken. Dit betekent op locatie veel minder werk maar dan moeten er wel goede afspraken worden gemaakt. Het probleem is dat montage achteraf niet goed mogelijk is als alle camera’s min of meer hetzelfde plaatje opnemen.

Met de volgende opstelling en afspraken kun je een heel eind komen:

Er wordt één (onbediende) camera geplaatst die in een totaal de gebeurtenis vastlegt. Op de tape van deze camera wordt ook het geluid vastgelegd.

Op vrijwel dezelfde plaats wordt een camera geplaatst die bediend wordt door de ‘regisseur’. Met deze camera wordt opgenomen alsof het een ééncameraproject betreft. De ‘regisseur’ kan echter ongestraft van uitsnede veranderen omdat hij de zekerheid heeft dat de totaalcamera het overzicht behoudt.

Er kunnen nog twee (of meer) camera’s worden ingezet om beelden te verzorgen uit andere standpunten met als opdracht zoveel mogelijk beelduitsneden te kiezen met alleen personen of groepjes van personen.

Als iets extra aandacht opeist mag daar een close-up of medium shot worden gemaakt maar alleen als dit een goede beeldcompositie oplevert (iemand op de rug zien is maar zelden interessant behalve als tegelijkertijd het gezicht van iemand anders tegenover deze persoon te zien is). De eindmontage van het beeldmateriaal kan hooguit door veel ‘fouten’ wat saai worden maar nooit onacceptabel.

Er is al een project zonder regie gedraaid met drie camera’s. Eén onbediende totaalcamera en twee zijcamera’s. Om het resultaat te verbeteren was duidelijk dat de onbediende totaalcamera aangevuld moet worden met een bediende camera op dezelfde positie.

De linker zijcamera had de opdracht zoveel mogelijk uitsneden te maken
van dingen die zich rechts op het podium afspeelden en voor de rechter zijcamera gold dat deze zoveel mogelijk van de linker kant van het podium moest opnemen.

Het probleem in dit geval was dat de zijcamera’s te veel bezig waren e.e.a. ‘netjes’ op te nemen waardoor snelle details onopgemerkt bleven en er iets te vaak werd teruggevallen op een overzicht of beelden met dezelfde inhoud. Extra moeilijkheid was dat het een muziek uitvoering betrof. Over het algemeen wordt daarbij op het podium weinig of niet bewogen. Dat betekent dat iets vrijwel uitsluitend de aandacht op zich vestigt door het geluid. De kijker verwacht dan ook het bijbehorende beeld. Een snelle reactie is dan vereist. Ook moeten de beelden lang genoeg worden opgenomen om bruikbaar te zijn. Met wat oefening moet het mogelijk zijn op deze manier een afwisselende registratie te maken.

We gaan binnenkort eens oefenen met deze nieuwe methode. Het onderwerp is een blaasvoetbalwedstrijd. We nemen op met vier camera’s die elk hun eigen opdracht krijgen..

1

3

2

4

De cameraverdeling is als volgt:

1 - Totaaloverzicht situatie (front midden hoog standpunt)
2 - De bal volgen op het speelveld (front midden ooghoogte)
3 - Actie team 1 medium tot close-up (links voor ooghoogte)
4 - Actie team 2 medium tot close-up (rechts voor ooghoogte)

Later zullen we de beelden van vier tapes monteren. We kunnen hiervoor Adobe Premiere of Magix gebruiken. Omdat Magix wat bedieningsvriendelijker is en meer mensen dit programma gebruiken is de keuze op Magix gevallen.

Wim

   
[ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ]

[ blocqx11 ]